Algemene kennis landschappen en architectuur - Wild van Natuur

Ga naar de inhoud
Maak de mooiste landschap- en architectuurfoto’s.
Een uitgestrekte steppe. Een betoverende woestijn. Een museum waarvan de buitenkant een kunstwerk op zich is. Ruige bergketens met indrukwekkende valleien. Of een imposant plein in
een wereldstad. Met een foto wil je dit soort indrukken vastleggen. Toch zal het resultaat soms tegenvallen. Met de tips en trucs uit deze cursus kun je zowel de kwaliteit als het artistieke niveau van je foto’s verbeteren. Ga ermee aan de slag en neem geen foto, maar een ervaring mee naar huis!
1. ‘Alles heeft een ritme...’
Waarin zit het verschil tussen een gewone foto en een bijzondere opname die indruk maakt? In veel zaken. Maar ritme is een belangrijke factor. Zeker bij ‘drukke’ situaties – zoals een uitbundig bewerkte gevel of een gevarieerd landschap – heeft je oog de rust nodig om de veelzijdigheid van je onderwerp te bevatten. Ritme en regelmaat zorgen hiervoor.

Zoek de serie
Ga daarom bewust op zoek naar repeterende elementen. Bijvoorbeeld de daken van huizen, een rij windmolens of telefoonpalen, een zuilengalerij of de blaadjes van een boom die dezelfde kant opwaaien. Het zal je verbazen hoeveel je er zult vinden als je er eenmaal oog voor krijgt. Je vindt dan vanzelf een invalshoek waarbij verborgen structuren en reeksen plotseling veranderen in een kunstzinnig verbonden geheel.
2. speel met kleurcontrasten
Weidse landschappen zijn vaak mooi doordat ze soms uit één kleur bestaan. Denk aan egaal besneeuwde bergkammen, een beboste helling of een zachtgeel duingebied. Maak je hier een foto van, dan is het resultaat soms helemaal niet zo indrukwekkend. Dat komt doordat die ene kleur een beetje teveel van het goede is. Of te weinig, liever gezegd. Je mist een verfrissend element. Dit kun je oplossen door zelf een sterk contrasterende kleur toe te voegen. Zet bijvoorbeeld een paar felgekleurde ski’s rechtop in de sneeuw, of een paar knalgele regenlaarzen in een weiland. Wees je wel bewust van de plaats waar je het extra kleurelement inzet. Zeker rood zal behoorlijk wat aandacht opeisen.

Geef kleur aan je dag
Ga je regelmatig op pad met je camera? Benader het gegeven ‘kleur’ dan eens thematisch. Kies bijvoorbeeld een dag lang één kleur uit waarnaar je in de stad (of daarbuiten) op zoek gaat. Je zult zien dat je daardoor op een heel andere manier met fotografie én je omgeving omgaat. Zo verbind je de meest uiteenlopende onderwerpen met elkaar dankzij die ene kleur, in al zijn schakeringen en nuances. Sla je foto’s thuis ook per kleurcategorie op. Je krijgt dan boeiende collecties die je later met veel plezier naast elkaar kunt leggen.
3. Hou oog voor de ‘menselijke maat’
Kolossale bouwwerken, monumenten of bomen kunnen zó indrukwekkend zijn dat je ze ogenblikkelijk wilt fotograferen. Wacht dan toch heel even, en vraag je af of de omvang van je onderwerp wel tot uitdrukking komt op de foto. Het begrip ‘groot’ krijgt namelijk alleen werkelijke betekenis dankzij het tegenovergestelde verschijnsel: ‘klein(er)’. Voorkom vervlakking van een grootse indruk en plaats een vergelijkingselement in de compositie. Dat kan een persoon naast een standbeeld zijn. Maar ook een dier kan de overweldigende indruk van een achterliggend landschap meer waarde geven. Het gaat er in elk geval om dat je speelt met verhoudingen. Dan blijft je oorspronkelijke indruk beter intact.
4. werk met diepte
In feite kun je fotografie als een geavanceerde vorm van realistisch schilderen beschouwen. Iedereen begrijpt dat een schilder eerst nadenkt over de compositie die hij gaat maken. De verschillende onderdelen van een voorstelling krijgen niet toevallig een bepaalde plaats in het geheel. Bij landschapsfotografie heeft de natuur alle elementen al voor je klaar liggen. Aan jou de taak om er een interessante compositie van te maken. Dieptewerking is een handige truc om hierin te slagen.

Gebruik de juiste camera-instelling
Compact camera’s zijn uitgerust met een speciale stand waarmee je mooiere landschapsfoto’s maakt, meestal gewoonweg ‘landscape’ genoemd. Je vindt deze stand onder ‘Scene’. Controleer daarbij of je flitser uit staat.

Creëer lagen
Staat je camera in de juiste stand? Zorg er dan voor dat je foto meer diepgang krijgt. We nemen een uitgestrekt meer als voorbeeld, met beboste oevers aan de overzijde en daarachter weer heuvels of bergen. Drie lagen dus. Druk niet zomaar af als je aan de kant staat, maar zoek naar een tak of struik die over het water hangt. Plaats deze op de voorgrond, ga door je knieën en je zult zien dat deze vierde laag de andere drie versterkt. Deze methode kun je bij vrijwel elk vergezicht toepassen; je vindt altijd wel iets dat je op de voorgrond kunt zetten.
5. Weinig licht, veel effect.
Sfeerbeelden ontlenen hun kracht vaak aan het donker. Bijvoorbeeld een landschap in de avondschemering of het interieur van een kerk. Maar hoe breng je deze speciale sfeer over? Duisternis en fotografie gaan immers slecht samen. Je zult dus handig gebruik moeten maken van het licht dat er wél is. De mooiste effecten bereik je op de grens van wat (on)mogelijk is. Hierdoor zullen lang niet al je foto’s lukken, maar het maakt experimenteren juist spannend en een geslaagde afdruk extra mooi.

Gebruik de juiste camera-instellingen
Zet om te beginnen je camera op de ‘nachtstand’. Deze vind je onder ‘S’, ‘Scene’ of ‘Scenery’. Zorg er vervolgens voor dat je toestel niet beweegt. Een statief(je) is hiervoor een uitstekende oplossing. Of zoek steun op bijvoorbeeld een muurtje of kerkbank. Je camera neerleggen en de zelfontspanner gebruiken werkt ook goed. Ten slotte kun je in het menu de ISO waarde ook nog verhogen. Hierdoor is je camera gevoeliger voor licht. De foto wordt weliswaar iets korreliger, maar dat kan ook een artistiek effect opleveren.
6. Bekijk de wereld eens door een (andere) bril.
Letterlijk. Want wat voor je ogen geldt, gaat vaak ook op voor de lens van een camera. Het werken met kleurfilters is een beproefde methode om kleur toe te voegen en een romantisch effect te bereiken. Door simpelweg een zonnebril voor je camera te houden, krijg je al verrassende resultaten. Een gewone zonnebril werkt prima, maar voor meer kleurcontrast neem je bij voorkeur een bril met een uv-filter in de glazen.
7. Lijnenspel
Kijk als fotograaf nooit zomaar naar een landschap of gebouw, maar probeer er een diagonale lijn in te ontdekken. De oplopende kam van een duin bijvoorbeeld, een lange weg of een dakrand. Dat geeft je foto meer dynamiek. Je kunt ook zoeken naar losse onderdelen die samen zo’n lijn vormen. Denk aan heuvelruggen, boompartijen of raamkozijnen vanuit een bepaalde hoek gezien. Een andere compositieregel die bij landschappen van pas komt, is de horizon op 1/3e van de afbeelding te zetten. Kantel de camera iets naar voren voor meer land, iets naar achteren voor meer lucht. Hierdoor wordt je foto meteen minder ‘standaard’.
8. Gebruik een telelens
Een groothoeklens werkt op zich goed voor landschapfotografie. Bij een compact camera staat de lens in deze stand als je hem aanzet. Voor gebruikers van een spiegelreflexcamera is een telelens óók heel geschikt om landschappen te fotograferen, doordat je de diepte uit de foto haalt. Hierdoor vormen de voor- en achtergrond meer één geheel, terwijl ze in werkelijkheid soms door vele kilometers zijn gescheiden.

Met een telelens landschappen als vlakken benaderen die je samenbrengt, levert interessante resultaten op. Het effect laat zich moeilijk beschrijven en wordt veel duidelijker door de beelden zelf. Experimenteer er eens mee. Door een vergezicht eerst met een groothoeklens te fotograferen en daarna met een telelens. Het verschil zal je meteen opvallen.
9. City by night
Je kent ze vast wel, indrukwekkende foto’s van nachtelijke stadsbeelden. Fraai verlichte gebouwen of monumenten, waarlangs het verkeer voorbijraast in fascinerende witte en rode slingers. Je kunt het zelf ook, door aan twee simpele voorwaarden te voldoen. Hou een langere sluitertijd aan en zorg dat je camera niet beweegt. Zet je fototoestel in de stand ‘Tv’ of ‘Manual’ en kies voor een sluitertijd van 1/8s of zelfs 1/4s. Plaats vervolgens je camera op een statief, of leg hem op een stevige ondergrond en gebruik de zelfontspanner. Bewegende lichten zullen veranderen in mysterieuze strepen.
10. Gebruik een polarisatiefilter.
Met een polarisatiefilter kun je verschillende effecten bereiken. Blauwe luchten worden intenser, je krijgt meer contrastwerking en je kunt er ongewenste reflecties of schitteringen mee vermijden. Een polarisatiefilter kun je alleen gebruiken in combinatie met een spiegelreflexcamera. Je moet het filter namelijk in bepaalde standen draaien, waarna je het resultaat door je zoeker of op het LCD-scherm beoordeelt. Hiervoor zul je door de lens heen moeten kunnen kijken.

Blauwere luchten
In een blauwe lucht zit veel gepolariseerd licht. Met het filter hou je dit als het ware tegen zodat het blauw donkerder en indringender wordt. Een bijkomend voordeel is dat wolken ‘witter’ lijken doordat ze scherper afsteken tegen een diepblauwe hemel. Het polarisatiefilter zorgt dus voor meer contrast, maar kan kleuren niet veranderen. Het maakt een grijze lucht niet blauw; alleen het aanwezige blauw wordt versterkt.

Voorkom schitteringen
Soms zijn bepaalde onderwerpen moeilijk te fotograferen doordat ze vochtig zijn, of gemaakt van glanzend materiaal dat het licht reflecteert. Denk bijvoorbeeld aan een nat wegdek, de zilverachtige onderkant van berkenbladeren, een futuristisch gebouw met veel spiegelend glas of een wateroppervlak. Deze schittering onderdruk je met een polarisatiefilter. Vergelijk het met een Polaroid zonnebril.
Terug naar de homepagina>
Terug naar de inhoud